http://archpedi.ama-assn.org/cgi/content/abstract/166/1/28
Conclusies: Het gebruik van bilaterale cochleaire implantaten wordt geassocieerd met het beter leren van gesproken taal. Het interval tussen de eerste en tweede implantatie correleert negatief met taal scores. Op expressieve taalontwikkeling, vinden we een voordeel voor het gelijktijdig in vergelijking met sequentiële implantatie.
http://www.ru.nl/onderzoek/promoties_en_redes/@830391/tweezijdige
In Nederland worden dove kinderen doorgaans eenzijdig geïmplanteerd met een cochleair implantaat (CI). Het verstaan van spraak in een stille omgeving lukt daardoor goed, maar deze dove kinderen blijven wel moeite houden om iemand te verstaan als het rumoerig is en om aan te geven waar geluid vandaan komt. Steeds meer dove kinderen nemen deel aan het reguliere onderwijs, waarin het belangrijk is dat je ook onder lastigere ‘luistercondities' voldoende kunt horen. Tweezijdige cochleaire implantatie zou dan uitkomst kunnen bieden. Marloes Sparreboom deed onderzoek naar de effecten van tweezijdige cochleaire implantatie bij kinderen die al enige tijd ervaring hadden met één CI. Hieruit blijkt dat het spraakverstaan in rumoer inderdaad verbetert en dat deze kinderen adequaat kunnen aangeven of een geluid van rechts of links komt. Deze positieve uitwerking van tweezijdige implantatie wordt ook door ouders bemerkt in de dagelijkse praktijk. Dit eerste Nederlandse proefschrift met betrekking tot tweezijdige cochleaire implantatie bevat een overzicht van de korte- tot middellange termijneffecten, waarbij zowel de voordelen als de nadelen benoemd worden.
Jozet van der Es