Een cochleair implantaat – kortweg CI - is een electronisch implantaat. Hiermee kunnen dove en zeer ernstig slechthorende kinderen en volwassenen weer (iets) te horen. Dit gebeurt doordat het CI de functie van de zintuigcellen in een beschadigd binnenoor overneemt en de intact gebleven gehoorzenuw direct elektrisch stimuleert.
Een CI bestaat uit een in- en uitwendig deel. Tijdens een operatie wordt het inwendig gedeelte geplaatst, het uitwendig gedeelte wordt enkele weken na de operatie aangesloten.
Bij de plaatsing van het inwendige gedeelte wordt een ontvanger onder de huid achter het oor ingebracht. De elektrodenserie wordt in het slakkenhuis (de cochlea) geplaatst.
Het uitwendige deel bestaat uit een geluidsprocessor en een zendspoel. De processor zet de omringende geluiden om in signalen die naar de gehoorzenuw kunnen worden gestuurd en die door de hersenen als geluid kunnen worden herkend.